  |
 |  |    | 
ONZE RASSEN 
| 
|  | Leonberger | Berner Sennen | Schotse Terrier | Beschrijving: De Leonberger ontleent zijn naam aan de stad Leonberg, in Zuid-Duitsland, waar Essig een hond wilde fokken die op de leeuwen van het stadwapen leek. Het is een sterke hond met uitstekende conditie. Hij werd ontwikkeld uit diverse rassen. In ieder geval zitten er Newfoundlanders (Landseer type) en Pyrenese Berghonden in zijn voorouders. Hou er rekening mee dat de Leonberger geen waakhond is! men dient rekening te houden met de spierontwikkeling en de gewirchten tijdens de groeifase van de Leonberger. Dit betekent geen wilde spelletjes of naast de fiets laten lopen als puppy.
| Beschrijving:
De Berner Sennenhond is de bekendste van de vier Zwitserse Berghonden (Appenzeller, Entlebucher, Grote Zwitserse zijn de andere rassen). De hond werd gebruikt voor het hoeden van vee en als trekhond. De rassen zijn genoemd naar de s treek waar ze voorkwamen ("Sennen" = boerderij of sennenhut). Er wordt gedacht dat ook dit ras Molosserbloed in zich draagt. De St-Bernhard, Rottweiler en New Foundlander zijn verwant aan dit ras. De Berner Sennenhond is gemakkelijk in omgang en gemakkelijk af te richten. Het ras is schitterend om te zien. | Beschrijving:
De Schotse Terrier was ooit bekend als "Aberdeen Terrier". Pas na 1800 begon met met een gerichte fok en ontstond enige uniformiteit in uiterlijk van dit sportieve hondje. Het ras werd vroeger in Schotland gebruikt voor het uitroeien van onder andere vossen. In 1880 kreeg het ras de naam Schotse Terrier. In 1892 werd de rasbeschrijving opgesteld die tot op heden weinig is veranderd. De Schotse Terrier is een zelfstandige hond. Het ras is niet erg geschikt voor kinderen aangezien de Schotse Terrier vooral oog heeft voor zijn baas en weinig geinteresseerd is in vreemden en kinderen. | Gebruik: Gezinshond
| Gebruik:
erfhond, huishond | Gebruik:
Gezinshond, werkhond. | | Activiteit:
Vereist vrij veel lichaamsbeweging. Niet geschikt voor de stad. | Activiteit:
De Schotse Terrier heeft veel beweging nodig. Hij doet graag wilde (bal) spelletjes en sjouwt dikwijls rond met stokken of andere dingen. | - Algemeen: De Leonberger is
een gespierde hond, groot en toch sierlijk. Harmonisch gebouwd. Het lichaam is middelmatig lang, met diepe borst, niet te ronde ribben en een sterke en rechte rug. De benen zijn lang met stevig bone. Matig lange hals, waarbij de keelhuid niet te duidelijk aanwezig mag zijn. - Kleur: Lichtgeel, goudgeel tot roodbruin met bij voorkeur
zwart masker. Een kleine witte borstvlek is toegestaan. - Hoofd en schedel: Bovenste
deel van de schedel is gewelfd, maar niet zo sterk als bij de St-Bernardshond. Het hoofd ziet er langer dan breed uit. Lippen aangesloten. Huid sluit aan en toont geen rimpels. Snuit matig diep, maar nooit puntig. Weinig opvallende stop. Neusrug breed, doorlopend en licht gebogen. D ogen zijn lichtbruin tot een donkere tint bruin van kleur. Hangende oren. Schaargebit. - Staart: Lang, vol behaard en "half-stok" gedragen. Nooit te hoog of over de rug gedragen.
- Voeten: Vrijwel rond. Tenen
zijn door vliezen verbonden. - Beharing: Matig zacht tot hard, rijkelijk lang, glad aanliggend,
op het hoofd en aan de voorkant van de benen kort. - Schofthoogte: Reu:
tenminste 76 cm, Teef: ten minste 70 cm.
| Verschijning: - Algemeen: Sterke, actieve werkhond. Stevig geraamtet. Lichaam eerder kort dan lang, met diepe, brede borst en goed gewelfde ribben. Middelmatig lange benen met zwaar bot. Tamelijk korte hals.
- Kleur: Zwart met warm roodachtig bruine aftekeningen aan wangen, boven de ogen en aan de vier benen. Witte bles, voeten en staartpunt. Wit borstkruis.
- Hoofd en schedel: Krachtig
hoofd met vlakke schedel en licht ontwikkelde voorhoofdsgroef. Duidelijke stop. Snuit matig lang, recht en krachtig. Lippen weinig ontwikkeld. - Staart: Lang, volbehaard en
tot juist onder de sprongen reikend. Mag bij alerte hond vrolijk gedragen worden, echter nooit gekruld over de rug. - Voeten: Rond, kort en gesloten.
- Beharing: Lang, zacht en
recht of licht gegolfd. - Schofthoogte:
Reu: ongeveer 65 cm, Teef: ongeveer 60 cm.
| Algemeen: Het is een stevige, compacte hond. Brede en diepe borst, goed gewelfde ribben en naar verhouding korte rug. Middelmatig lange hals. Korte en zware benen. De houding moet alertheid uitstralen. Tevens moet de Schotse Terrier kracht en bedrijvigheid tonen.
- Kleur: Zwart, tarwekleurig of gestroomd.
- Hoofd en schedel: Het hoofd is lang met vlakke schedel. Het hoofd is zo lang dat de schedel die naar verhouding breed is smal lijkt. Harmonie is erg belangrijk. Prikoren,
puntig en dun. Ogen zijn donker en amandelvormig. - Staart: Middelmatig lang.
Hond moet er harmonisch uit blijven zien. Dik aan de wortel. - Voeten: Goed van formaat
en van dikke voetzolen voorzien. - Beharing: Zachte onderwol, volledig verborgen in de ruwe bovenvacht. De beharing voelt hard, dicht en draadachtig aan. Dient getrimd te worden.
- Schofthoogte: 25 - 28 cm. Gewicht: 8 - 10.5 kg.
| | Aard: - Trouw
- Verstandig
- Leergierig
- Waakzaam
- Gezellig
| Aard:
- Waardig
- Aanhankelijk
- Waakzaam
- Gemakkelijk af te richten
- Goed in omgang met mens en andere dieren
| Aard:
- Onafhankelijk
- Waaks
- Verstandig
- Eerlijk
- Betrouwbaar
- Trouw
- Energiek
- Niet zo geschikt voor een gezin met kinderen
- Ongeinteresseerd in vreemden
|
|
 |
|  | |
|